Vaccineren van de hond

Verzorging - Vaccineren van de hond

Een belangrijke en effectieve manier om ziekten bij honden te voorkomen is middels vaccinatie. Als de hond gevaccineerd wordt, dan wordt het hele lichaam voorbereid op een mogelijke infectie. Hierdoor zal het immuunsysteem direct in actie komen. Ziekteverwekkers worden op deze manier uitgeschakeld voordat ze schade kunnen toebrengen.
Om het effect van vaccinatie te laten voortbestaan, moet er regelmatig opnieuw gevaccineerd worden. Een vaccinatie geldt voor één specifieke ziekte. Sommige vaccinaties zijn voor alle honden van belang, andere vaccinaties worden alleen onder bepaalde omstandigheden gegeven. Belangrijk om te onthouden is dat niet tegen elke hondenziekte een vaccinatie bestaat. Het is belangrijk uw hond elk jaar te laten vaccineren. De dierenarts kan het beste raad geven over welke vaccins uw hond nodig heeft.

De basisvaccinatie omvat 4 ziektes: hondenziekte (de ziekte van Carré), kattenziekte,(parvovirus), rattenziekte (leptospirose) en hepatitis.

De eerste maal dat de hond gevaccineerd wordt is normaal op 9 weken met een herhalingsvaccin op 12 weken. Tegenwoordig wordt ook geregeld een eerste vaccin gegeven tegen kattenziekte en rattenziekte op 6 weken ouderdom. Daarna volstaat een jaarlijkse hervaccinatie. Andere veelgebruikte vaccins zijn hondsdolheid en kennelhoest.

Wij willen je erop wijzen dat deze informatie puur ter kennisgeving is. Wij raden je te allen tijde aan om contact op te nemen met je dierenarts.

Anderen bekeken ook