
Nieuws
RDA vraagt aandacht voor huisdieren van kwetsbare mensen
Geplaatst op Reageer
Financiële, psychische of lichamelijke problemen bij een eigenaar kunnen ook gevolgen hebben voor een huisdier. De RDA vraagt om eerder hulp en betere samenwerking.
RDA: huisdieren van kwetsbare mensen lopen extra risico
Huisdieren van mensen die in een kwetsbare situatie verkeren, lopen een groter risico op welzijnsproblemen. Financiële problemen, psychische klachten, dak- en thuisloosheid of lichamelijke en cognitieve beperkingen kunnen het moeilijker maken om een dier de zorg te geven die het nodig heeft. De Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) vraagt daarom om meer aandacht voor de samenhang tussen het welzijn van mensen en hun huisdieren.
De RDA onderzocht het onderwerp in de nieuwe zienswijze Vergeten vrienden: mens in de knel, maar het huisdier redt zich wel?. De verkenning is gebaseerd op literatuur- en bureauonderzoek en gesprekken met mensen en organisaties uit beleid en praktijk. Aanleiding zijn onder meer de vergrijzing en groeiende sociale ongelijkheid, waardoor het aantal mensen in een kwetsbare situatie toeneemt. Exacte cijfers over het aantal betrokken huisdieren ontbreken, maar volgens de RDA gaat het om honderdduizenden honden, katten en andere huisdieren in Nederland.
Huisdier is vaak juist belangrijk in moeilijke tijden
Een huisdier kan voor iemand in een kwetsbare situatie veel betekenen. Uit het door de RDA geraadpleegde onderzoek blijkt dat dieren emotionele steun en troost kunnen geven, structuur bieden en kunnen helpen tegen sociale isolatie en eenzaamheid. Voor sommige mensen is een dier een belangrijke of zelfs vrijwel enige stabiele factor in het dagelijks leven.
Juist daardoor kan een probleem met de verzorging van een huisdier ook gevolgen hebben voor de eigenaar. De RDA benadrukt dat het welzijn van mens en dier nauw met elkaar verbonden is. Deze benadering wordt aangeduid als One Welfare: bij ondersteuning wordt niet alleen gekeken naar de mens of alleen naar het dier, maar naar beide.
Problemen ontstaan lang niet altijd door onwil
Volgens de RDA is er bij problemen met dierenwelzijn lang niet altijd sprake van bewuste verwaarlozing. Een eigenaar kan door omstandigheden simpelweg niet meer in staat zijn om dezelfde zorg te bieden als voorheen. Geldgebrek kan er bijvoorbeeld toe leiden dat een bezoek aan de dierenarts wordt uitgesteld. Psychische of lichamelijke problemen kunnen dagelijkse verzorging bemoeilijken en een ontbrekend sociaal netwerk kan ervoor zorgen dat er niemand is die tijdelijk kan bijspringen.
De problemen kunnen uiteenlopen van onvoldoende verzorging tot het niet kunnen voldoen aan natuurlijke gedragsbehoeften van een dier. Volgens de RDA zijn de risico’s vaak het grootst wanneer meerdere vormen van kwetsbaarheid tegelijkertijd spelen en er weinig sociale of professionele ondersteuning beschikbaar is.
Problemen worden soms pas laat gezien
Een belangrijk knelpunt is dat problemen rond huisdieren volgens de RDA regelmatig niet of pas laat worden opgemerkt, ook wanneer de eigenaar al hulp krijgt. In de hulpverlening aan mensen wordt tijdens een intake of zorgtraject niet standaard gekeken naar de aanwezigheid en het welzijn van huisdieren. Zorgprofessionals krijgen in hun opleiding bovendien meestal weinig kennis mee over het herkennen van problemen bij dieren.
Andersom kunnen dierenartsen juist veranderingen bij een dier opmerken die iets zeggen over de situatie van de eigenaar. Wanneer een dier plotseling minder goed wordt verzorgd, kan dat volgens de RDA bijvoorbeeld samenhangen met psychische, lichamelijke, sociale of financiële problemen bij de dierhouder. De KNMvD benadrukt daarom dat dierenartsen een belangrijke rol kunnen spelen bij het vroeg herkennen van signalen.
Hulp is versnipperd
Er bestaan al verschillende vormen van hulp, zoals ondersteuning bij de verzorging of opvang van dieren, dierenvoedselbanken, financiële hulp en laagdrempelige diergeneeskundige zorg. Volgens de RDA is dit aanbod echter vaak lokaal georganiseerd, afhankelijk van vrijwilligers en donaties en daardoor per regio verschillend. Voor zowel eigenaren als hulpverleners is het niet altijd duidelijk waar zij terechtkunnen.
Ook samenwerking tussen hulpverleners voor mensen en organisaties die zich met dieren bezighouden verloopt volgens de Raad nog moeizaam. Dierenartsen weten niet altijd waar zij met zorgen over een eigenaar terechtkunnen, terwijl hulpverleners in het sociale of medische domein niet altijd weten wat zij moeten doen wanneer zij problemen met een huisdier zien. Privacyregels en geheimhoudingsplichten kunnen het uitwisselen van informatie daarnaast ingewikkeld maken.
Dierenartskosten kunnen een extra probleem vormen
Voor mensen met financiële problemen kunnen de kosten van diergeneeskundige zorg zwaar wegen. De RDA noemt daarom een zogenoemde contextuele benadering als mogelijke richting. Daarbij kijken dierenarts en eigenaar samen naar wat het dier nodig heeft én naar wat voor de eigenaar haalbaar is, in plaats van automatisch voor de meest uitgebreide of kostbare behandeling te kiezen. De Raad vindt dat verder onderzocht moet worden hoe zo'n aanpak in de praktijk kan worden toegepast. De financiële verantwoordelijkheid mag daarbij volgens de RDA niet alleen bij de dierenarts terechtkomen.
RDA wil betere samenwerking tussen mens- en dierenzorg
De Raad pleit voor meer structurele samenwerking tussen onder andere gemeenten, sociale hulpverlening, huisartsen, de geestelijke gezondheidszorg, dierenartsen en dierenwelzijnsorganisaties. Ook zou er één toegankelijk overzicht moeten komen van beschikbare hulp en moeten professionals duidelijke handvatten krijgen voor wat zij kunnen doen wanneer zij zich zorgen maken.
Daarnaast wil de RDA dat dierenwelzijn meer aandacht krijgt in opleidingen voor professionals die met kwetsbare mensen werken. Volgens de Raad kan tijdige ondersteuning voorkomen dat problemen escaleren en daarmee zowel dierenleed als menselijk leed verminderen. Ook is meer Nederlands onderzoek nodig, omdat een deel van de huidige kennis is gebaseerd op buitenlandse studies en nog niet duidelijk is hoe groot het probleem in Nederland precies is.
De kern van de zienswijze is dat problemen van mens en huisdier niet los van elkaar moeten worden bekeken. Een huisdier kan veel steun bieden in een moeilijke periode, maar is voor zijn welzijn tegelijkertijd volledig afhankelijk van zijn eigenaar. Juist daarom vindt de RDA dat hulp voor kwetsbare mensen ook oog moet hebben voor het dier dat bij hen leeft.