
Nieuws
Gezondheid gaat altijd boven uiterlijk
Geplaatst op Reageer
BuRO bracht negen uiterlijke kenmerken bij honden in kaart die het welzijn ernstig kunnen schaden. Het advies gaat naar de staatssecretaris van LVVN.
Wie een hond kiest op uiterlijk, denkt niet altijd na over wat dat uiterlijk voor het dier betekent. Toch kunnen bepaalde uiterlijke kenmerken, denk aan een korte snuit, huidplooien of een kurkentrekkerstaart, leiden tot serieuze gezondheidsproblemen. Bureau Risicobeoordeling & onderzoek (BuRO) bracht de schadelijke uiterlijke kenmerken bij honden in kaart en bracht hierover advies uit aan de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN).
Negen kenmerken onder de loep
BuRO voerde twee risicobeoordelingen uit: één voor honden en één voor katten. De focus lag daarbij op uiterlijke kenmerken, niet op specifieke rassen. Hetzelfde kenmerk kan immers bij meerdere rassen en kruisingen voorkomen. Met hulp van deskundigen selecteerde BuRO negen kenmerken bij honden die het meeste risico op welzijnsaantasting met zich meebrengen:
-
Een brachycefale schedelvorm (korte snuit)
-
Een afwijkende ooglidstand
-
Een kleine, ronde schedel
-
Een heel klein lichaam (minder dan 3 kg)
-
Dwerggroei (chondrodystrofie)
-
Huidplooien door een teveel aan vel
-
Een kurkentrekkerstaart
-
Standsafwijkingen van de voorpoten
-
Een (dubbel)merle vachtkleur
Dieren met deze kenmerken kunnen ernstige gezondheidsproblemen ontwikkelen en moeite hebben om natuurlijk gedrag te vertonen.
Wat adviseert BuRO?
BuRO doet meerdere aanbevelingen aan de staatssecretaris. Allereerst pleit het bureau voor aparte referentie- en beoordelingskaders voor honden en katten, zodat duidelijk is wat een dier nodig heeft om goed te functioneren. Daarnaast adviseert BuRO meetmethoden en grenswaarden te ontwikkelen om welzijnsrisico's objectief te kunnen beoordelen.
Voor honden zijn al bepaalde maatregelen van kracht, zoals een verbod op fokken met extreem kortsnuitige honden. Voor katten ontbreken vergelijkbare regels nog grotendeels. BuRO benadrukt verder het belang van structurele monitoring en registratie van honden in Nederland, inclusief hun uiterlijke kenmerken. Zo ontstaat een beter beeld van hoe wijdverspreid deze kenmerken zijn.
Ook de rol van dierenartsen wordt expliciet genoemd. Zij kunnen bijdragen aan voorlichting en helpen voorkomen dat schadelijke kenmerken als normaal of zelfs gewenst worden gezien.
Eigenaren herkennen problemen vaak niet
Een terugkerend punt in het advies is dat eigenaren welzijnsproblemen bij hun hond lang niet altijd herkennen. Een kortsnuitige hond die snurkt of moeilijk ademt, wordt soms simpelweg als 'schattig' of 'grappig' beschouwd. Bestaande voorlichting blijkt onvoldoende om de vraag naar dieren met deze kenmerken terug te dringen.
Het LICG onderstreept dit ook: het uiterlijk van huisdieren mag niet ten koste gaan van hun welzijn. Fokken op extreme uiterlijke kenmerken zonder oog voor gezondheid is volgens zowel het LICG als BuRO onwenselijk.
Zolang objectieve beoordelingskaders nog ontbreken, adviseert BuRO het beleid te richten op de grootste welzijnsrisico's en de illegale handel in dieren met schadelijke kenmerken actief te bestrijden.